ECLI:NL:RVS:2016:2565
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2009 wegens niet-betaling volledige kosten
Appellant maakte in 2009 gebruik van gastouderopvang via een gastouderbureau en ontving een voorschot kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst herzag dit voorschot omdat appellant niet kon aantonen dat hij daadwerkelijk kosten had gemaakt voor de opvang. De rechtbank oordeelde dat appellant geen recht had op toeslag vanwege het ontbreken van facturen en jaaropgaven, ondanks het faillissement van het gastouderbureau en beslag op de administratie.
In hoger beroep stelde appellant dat hij wel betalingen had gedaan, maar achteraf bleek dat hij maandelijks €51,00 te weinig had betaald. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat volledige betaling van de kosten vereist is om aanspraak te maken op toeslag en dat betaling achteraf niet voldoet. Ook werd geoordeeld dat de Belastingdienst bevoegd was het voorschot binnen de wettelijke termijn te herzien.
Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat gedeeltelijke betaling geen recht geeft op een evenredig lager voorschot. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en stelde dat appellant het teveel ontvangen voorschot moet terugbetalen, met mogelijkheid tot betalingsregeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het voorschot kinderopvangtoeslag 2009 wordt op nihil gesteld en moet worden terugbetaald.