ECLI:NL:RVS:2016:2614
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- E. Steendijk
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving verhuur pand in strijd met bestemmingsplan Maastricht
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht weigerde aanvankelijk handhavend op te treden tegen de verhuur van drie zelfstandige appartementen in een pand dat volgens het bestemmingsplan en verleende omgevingsvergunning alleen als eengezinswoning of met vier onzelfstandige kamers mocht worden gebruikt. Na bezwaar werd het besluit herroepen en werd een last onder dwangsom opgelegd om het pand in de oude toestand te herstellen of te verbouwen conform de vergunning.
De rechtbank verklaarde het beroep van de eigenaar ongegrond, waarna deze hoger beroep instelde bij de Raad van State. De eigenaar voerde onder meer aan dat geen sprake was van appartementen maar van kamers, dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had op niet-handhaving en dat de dwangsommen te hoog waren.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht handhavend optrad, omdat de situatie op het moment van het besluit afweek van de vergunning en het bestemmingsplan. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen door bevoegde personen waren gedaan. De dwangsommen waren proportioneel. Wel vernietigde de Raad van State twee invorderingsbesluiten omdat bij de controles niet was vastgesteld dat de situatie nog steeds bestond zoals bij het opleggen van de last.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard behalve voor twee invorderingsbesluiten die worden vernietigd.