ECLI:NL:RBROT:2024:1011
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Lastoplegging ACM wegens oneerlijke bedingen en agressieve handelspraktijk bij Privilege lidmaatschap
De Autoriteit Consument & Markt (ACM) legde Privilege B.V. een last onder dwangsom op wegens het hanteren van onredelijke bedingen in haar algemene voorwaarden en het toepassen van agressieve handelspraktijken. Dit betrof met name bepalingen die het opzeggen van het lidmaatschap bemoeilijkten, zoals een stilzwijgende verlenging van één jaar zonder tussentijdse opzegmogelijkheid en de eis van een schriftelijke, ondertekende opzegging, terwijl het lidmaatschap elektronisch werd aangegaan. Tevens werd een boeteclausule gehanteerd die onredelijk bezwarend was. Privilege voerde verweer, onder meer dat het lidmaatschap niet viel onder de wetgeving voor abonnementen en dat de boeteclausule noodzakelijk was om storneringen te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat het lidmaatschap wel degelijk valt onder de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) en dat de betwiste bedingen onredelijk bezwarend zijn in de zin van het Burgerlijk Wetboek (BW). De boeteclausule en het dreigen daarmee vormden een agressieve handelspraktijk. Hoewel Privilege wijzigingen in de algemene voorwaarden had doorgevoerd, bleef sprake van overtredingen, met name door de introductie van nieuwe bepalingen die de opzegmogelijkheden opnieuw beperkten. De ACM had terecht de last gehandhaafd en dwangsommen opgelegd.
De rechtbank verwierp formele bezwaren van Privilege, waaronder schending van verdedigingsrechten en onzorgvuldigheid van het onderzoek. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagde niet, aangezien handhaving noodzakelijk en geschikt was om consumentenbelangen te beschermen. Wel werd vastgesteld dat sommige onderdelen van de last niet strikt noodzakelijk waren, maar dit leidde niet tot herroeping van de last. De rechtbank bevestigde dat Privilege haar leden actief moet informeren over de gewijzigde voorwaarden en dat een pop-up bericht op de website onvoldoende is. De dwangsommen zijn terecht verbeurd wegens niet-naleving van deze verplichtingen.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de last onder dwangsom van de ACM en verklaart het beroep van Privilege ongegrond.