ECLI:NL:RVS:2016:2905
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep vergoeding extra uren rechtsbijstand
Appellant heeft namens zichzelf en via zijn gemachtigde, mr. Den Otter, bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een aanvraag voor vergoeding van extra uren rechtsbijstand in een strafrechtelijke procedure. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de strafzaak waarvoor de toevoeging was verleend inmiddels was afgerond en het al dan niet toekennen van extra uren geen financiële of andere gevolgen meer had voor appellant.
Appellant en zijn gemachtigde stelden dat de strafzaak ten tijde van het instellen van het beroep nog niet definitief was afgerond, en dat er dus wel procesbelang bestond. De Afdeling oordeelde echter dat het procesbelang moet worden beoordeeld op het moment van de uitspraak van de rechtbank, waarop de appeltermijn was verstreken en het beroep dus niet ontvankelijk was.
Daarnaast werd vastgesteld dat het hoger beroep alleen namens appellant was ingesteld en niet mede namens de gemachtigde, waardoor het beroep van de gemachtigde niet-ontvankelijk is. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de gemachtigde niet-ontvankelijk en het beroep van appellant ongegrond.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Afdeling benadrukt ook dat de rechtbank Gelderland bevoegd was, maar dat de uitspraak van de rechtbank Den Haag met toepassing van artikel 8:117 Awb Pro als bevoegdelijk wordt aangemerkt.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemachtigde is niet-ontvankelijk en het hoger beroep van appellant ongegrond; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.