ECLI:NL:RVS:2011:BQ1053
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- C.W. Mouton
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vergoeding extra uren rechtsbijstand wegens vervallen procesbelang
Appellant had een aanvraag ingediend voor vergoeding van extra uren rechtsbijstand in een strafzaak, welke door de raad voor rechtsbijstand werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk omdat het procesbelang zou zijn vervallen, aangezien de strafzaak waarvoor de toevoeging was verleend al was afgerond en de rechtsbijstand daadwerkelijk was verleend.
Appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte het belang van de inhoudelijke beoordeling van het beroep afhankelijk had gesteld van het al dan niet afgedaan zijn van de strafzaak. Tevens betoogde hij dat ook zijn gemachtigde als belanghebbende moest worden aangemerkt. De Afdeling oordeelde dat appellant belanghebbende was, maar dat de gemachtigde geen eigen beroep had ingesteld en daarom buiten beschouwing bleef.
De Afdeling stelde vast dat het procesbelang van appellant al in de bezwaarfase was vervallen, niet pas in beroep. Hierdoor was de rechtbank ten onrechte tot niet-ontvankelijkheid van het beroep gekomen. De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar van appellant tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk. Tevens werd de raad veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het bezwaar tegen het besluit tot weigering van vergoeding extra uren rechtsbijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard.