ECLI:NL:RVS:2019:533
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.E.M. Polak
- J.C. Kranenburg
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vermindering maximale dwangsom bij illegale overbrenging sloopschip
De zaak betreft een last onder dwangsom opgelegd aan een appellant wegens overtreding van artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer in samenhang met artikel 2, onder 35, sub c, van de EVOA bij de overbrenging van een sloopschip van Duitsland naar Nederland.
De staatssecretaris stelde dat de toestemming voor de overbrenging was verkregen door een verkeerde voorstelling van zaken, omdat de voorgenomen sloopwijze niet was toegestaan volgens de omgevingsvergunning. De appellant voerde aan dat er geen opzet was en dat de interventieladder voorschrijft eerst een waarschuwing te geven, maar deze verweren werden verworpen.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris bevoegd was tot het opleggen van de last onder dwangsom en dat de hoogte van €450 per ton een goede maatstaf is. Echter, de motivering voor het maximale dwangsombedrag van €1.500.000 ontbrak, en er was onvoldoende rekening gehouden met het ontbreken van opzet en de lagere bedrijfsresultaten.
Daarom werd het besluit vernietigd voor zover het maximale dwangsombedrag betreft en werd dit bedrag vastgesteld op €750.000. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het maximale bedrag aan te verbeuren dwangsommen wordt vastgesteld op €750.000 in plaats van €1.500.000.