De burgemeester van Doetinchem legde op 11 mei 2023 een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning van eiseres vanwege de vondst van een handelshoeveelheid harddrugs, een vuurwapen en contant geld, en haar relatie met personen uit een crimineel samenwerkingsverband (CSV) betrokken bij synthetische drugshandel.
Eiseres maakte bezwaar en verzocht om voorlopige voorzieningen, waarbij de sluiting aanvankelijk werd geschorst. Na behandeling van het bezwaar en beroep handhaafde de burgemeester het besluit, maar paste de sluitingstermijn aan tot twee maanden vanwege tijdsverloop. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet, gelet op de omvang van de aangetroffen drugs en omstandigheden.
De voorzieningenrechter vond dat de sluiting noodzakelijk en evenredig was, ondanks het ontbreken van aanwijzingen voor handel vanuit de woning en de gevolgen voor eiseres en haar minderjarige kind. De burgemeester had voldoende rekening gehouden met de situatie van de minderjarige en de mogelijkheid tot tijdelijke huisvesting. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de broer van eiseres inmiddels ook een last onder bestuursdwang kreeg opgelegd.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek tot opheffing van de voorlopige voorziening af en bepaalde een termijn van drie weken na verzending van de uitspraak voordat de sluiting kan ingaan.