ECLI:NL:RVS:2016:3195
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen door stichting met commerciële kappersactiviteiten
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een boete van €12.000,- op aan een stichting wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Rotterdam matigde deze boete tot €6.000,-, maar de minister ging in hoger beroep tegen deze matiging.
De Raad van State oordeelde dat de stichting feitelijk arbeid liet verrichten door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, waarbij de werkzaamheden bedrijfsmatig en commercieel van aard waren. De stichting voerde aan dat de werkzaamheden incidenteel en vrijwillig waren, maar dit werd verworpen omdat de kappersactiviteiten een commercieel doel dienden en het werk over een periode van twee maanden werd verricht.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde het lagere boetebedrag van €6.000,- en stelde de boete op €8.000,- vast, conform het toepasselijke boetenormbedrag voor deze overtreding. De stichting had onvoldoende financiële gegevens overlegd om matiging op grond van draagkracht te rechtvaardigen. De uitspraak van de rechtbank werd voor het overige bevestigd.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €8.000,- en het lagere boetebedrag van €6.000,- wordt vernietigd.