ECLI:NL:RVS:2016:3221
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen onrechtmatige vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 28 juli 2016 werd aan een vreemdeling die de toegang tot Nederland werd geweigerd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd, eerst bij de Koninklijke Marechaussee Eindhoven en vervolgens in het Justitieel Complex Schiphol (JCS). De rechtbank oordeelde dat deze maatregel vanaf het begin onrechtmatig was, omdat organisatorische redenen onvoldoende waren om vrijheidsontneming te rechtvaardigen en dat de maatregel in de lounge op Schiphol had kunnen worden voortgezet.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de maatregel noodzakelijk was omdat de vreemdeling pas op 31 juli kon terugvliegen naar Macedonië en de lounge slechts bedoeld is voor kort verblijf. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat vrijheidsontneming vanaf het begin onrechtmatig was. De maatregel was gerechtvaardigd voor de periode van 28 tot 31 juli 2016 vanwege de noodzaak om drie nachten te overbruggen.
De Afdeling vernietigde het vonnis voor zover de rechtbank een schadevergoeding van €560 toekende en kende in plaats daarvan een vergoeding van €320 toe voor de periode van 31 juli tot 4 augustus 2016, toen de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig voortduurde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond, lagere schadevergoeding toegekend voor onrechtmatige voortduring vrijheidsontneming.