ECLI:NL:RVS:2016:3261
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling weigering verklaring omtrent het gedrag voor taxichauffeur na eerdere justitiële gegevens
De appellant heeft op 18 november 2014 een aanvraag gedaan voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) om als taxichauffeur te kunnen werken. De staatssecretaris heeft deze aanvraag geweigerd vanwege drie justitiële gegevens binnen de terugkijktermijn van vijf jaar: een veroordeling wegens openlijke geweldpleging, en twee strafbeschikkingen, waaronder het niet zichtbaar tonen van de chauffeurspas.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangetoond. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter dat de rechtbank ten onrechte ambtshalve heeft getoetst en vernietigt de uitspraak. De Afdeling beoordeelt het beroep inhoudelijk en bevestigt dat de staatssecretaris terecht de VOG heeft geweigerd.
De Afdeling overweegt dat het objectieve criterium, dat kijkt naar het risico voor de samenleving bij herhaling van strafbare feiten, is voldaan. De omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan zijn daarbij niet relevant. Ook het subjectieve criterium, waarbij persoonlijke omstandigheden worden meegewogen, leidt niet tot een andere uitkomst. De ernst van de feiten en het korte tijdsverloop maken dat het belang van de samenleving zwaarder weegt dan het belang van appellant. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De weigering van de VOG voor appellant wordt bevestigd vanwege risico voor de samenleving door eerdere justitiële gegevens.