ECLI:NL:RBDHA:2017:3725
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring omtrent gedrag voor chauffeurskaart vanwege justitiële antecedenten
Eiser heeft op 31 mei 2016 een verklaring omtrent gedrag (VOG) aangevraagd om als taxichauffeur te kunnen werken. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft deze aanvraag geweigerd vanwege justitiële gegevens binnen de vijfjarige terugkijktermijn, waaronder een openstaande zaak wegens belastingfraude en twee strafbeschikkingen.
Eiser betoogde dat de feiten hem niet bekend waren of door zijn werkgever waren betaald en dat de verdenking van belastingfraude niets met zijn functie als chauffeur te maken had. De rechtbank oordeelde dat de enkele verdenking voldoende grond is voor weigering en dat de justitiële gegevens niet te verenigen zijn met de functie van taxichauffeur. Het risico voor de samenleving en passagiers werd als te groot beoordeeld.
De rechtbank nam het objectieve criterium als uitgangspunt en verwierp het beroep van eiser. Ook het subjectieve criterium, waarbij eiser zijn persoonlijke omstandigheden aanvoerde, kon niet tot een andere uitkomst leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de VOG gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG voor de chauffeurskaart wordt ongegrond verklaard.