ECLI:NL:RVS:2016:3306
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek inzake verkeersboete
Appellant verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van documenten met betrekking tot een aan hem opgelegde verkeersboete. De minister stelde dit verzoek buiten behandeling en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank Midden-Nederland vernietigde dit besluit en beval een nieuw besluit op bezwaar. Tegen deze uitspraak stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de zitting bracht de minister naar voren dat het hoger beroep misbruik van recht betrof. De Afdeling overwoog dat het indienen van een beroep bij de bestuursrechter niet kan worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor het is gegeven, en dat misbruik van recht kan leiden tot niet-ontvankelijkheid. De gemachtigde van appellant, een ervaren rechtsbijstandverlener, had het Wob-verzoek ingediend terwijl hij wist dat de juiste procedure voor het verkrijgen van stukken in een verkeersboetezaak via artikel 7:18 Awb Pro of de Wahv liep.
De Afdeling constateerde dat de gemachtigde het Wob-verzoek gebruikte om procedures te genereren die konden leiden tot dwangsommen en proceskostenvergoedingen, mede omdat hij op basis van 'no cure no pay' werkte. Dit duidde op kwade trouw en misbruik van bevoegdheden. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd het van rechtswege ontstane beroep tegen het herzieningsbesluit geacht te zijn ingetrokken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van het Wob-verzoek.