ECLI:NL:RVS:2016:3321
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilstelling kinderopvangtoeslag en terugvordering voorschotten jaren 2009-2011
Appellante maakte in de jaren 2009 tot en met 2011 gebruik van kinderopvang en ontving voorschotten kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst stelde de toeslagen definitief op nihil wegens het ontbreken van bewijs dat appellante daadwerkelijk kosten had gemaakt. De rechtbank oordeelde dat appellante onvoldoende had aangetoond dat zij de kosten volledig had voldaan, mede door tegenstrijdige jaaropgaven en onvoldoende bewijsstukken zoals kwitanties en bankafschriften.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij de juiste jaaropgaven had overgelegd en de kosten contant had voldaan, ondersteund door verklaringen van het kindercentrum en een andere ouder. De Raad van State oordeelde dat deze verklaringen onvoldoende waren zonder objectieve bewijsstukken en dat de betaaloverzichten en bankafschriften onduidelijkheden bevatten en niet overeenkwamen met de betaalde bedragen.
Verder verwierp de Afdeling het beroep op het evenredigheidsbeginsel en eerdere jurisprudentie, omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij de kosten geheel had voldaan. De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank dat de toeslagen terecht op nihil waren gesteld en dat appellante de ontvangen voorschotten moet terugbetalen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellante de kinderopvangtoeslag moet terugbetalen.