ECLI:NL:RVS:2016:2805
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herroeping besluit herziening voorschotten kinderopvangtoeslag 2014
De zaak betreft het hoger beroep van een appellant tegen de herziening door de Belastingdienst/Toeslagen van de aan haar toegekende voorschotten kinderopvangtoeslag over de jaren 2012, 2013 en 2014. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van de besluiten in stand gelaten. De Belastingdienst stelde zich niet langer op het standpunt dat appellant over 2014 geen recht had op toeslag, waardoor het geschil over dat jaar kwam te vervallen.
In hoger beroep stond de vraag centraal of appellant over 2012 en 2013 recht had op kinderopvangtoeslag. De rechtbank had de besluiten vernietigd wegens onzorgvuldige voorbereiding en onvoldoende motivering, maar oordeelde dat appellant niet had aangetoond de kosten volledig te hebben betaald. De Afdeling bevestigde dit oordeel en wees het bewijs van appellant af wegens gebrek aan objectieve onderbouwing.
Verder behandelde de Afdeling bezwaren over de bevoegdheid van de Belastingdienst tot herziening na het verstrijken van termijnen, de onafhankelijkheid van de Afdeling als rechter en de bewijsvoering rond betalingsbewijzen. De Afdeling oordeelde dat de Belastingdienst bevoegd was de voorschotten over 2012 en 2013 te herzien en dat appellant de bewijslast droeg. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond voor 2014, vernietigde het besluit en herroept het voorschot over dat jaar, bevestigde de uitspraak voor 2012 en 2013 en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor 2014 met vernietiging en herroeping van het besluit, terwijl de uitspraak over 2012 en 2013 wordt bevestigd.