ECLI:NL:RVS:2016:584
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod in overgangsregeling vreemdelingen
De staatssecretaris wees op 27 augustus 2013 aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op aan een van hen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris niet gehouden was het tien-jarenbeleid toe te passen binnen de overgangsregeling, omdat deze regeling een zelfstandige en uitputtende regeling vormt met een gezinsgerichte benadering, waarbij bij tegenwerping van artikel 1(F) geen verjaringstermijn geldt. De rechtbank had dit ten onrechte anders beoordeeld.
Verder werd geoordeeld dat het door de vreemdelingen aangevoerde onderscheid in beleid niet in strijd is met discriminatieverboden, omdat het onderscheid een gerechtvaardigd doel dient en evenredig is. Ook werd het beroep op schrijnende omstandigheden en schending van artikel 8 EVRM Pro verworpen, evenals het bezwaar tegen het onthouden van een vertrektermijn en het opleggen van een inreisverbod.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdelingen ongegrond.