ECLI:NL:RVS:2016:656
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan de wederpartij een boete van €4.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door een Roemeense uitzendkracht zonder tewerkstellingsvergunning, ondanks een arbeidsmarktaantekening op het verblijfsdocument. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het boetebesluit.
De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State, die oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat er sprake was van volledig ontbreken van verwijtbaarheid. De wederpartij had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij de bevoegde instanties had geraadpleegd of andere maatregelen had getroffen om overtreding te voorkomen.
Verder oordeelde de Afdeling dat de boete passend was, ondanks het korte dienstverband en het vervallen van de vergunningplicht per 2014. Ook was er geen sprake van schending van de redelijke termijn. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.