ECLI:NL:RVS:2016:983
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanlijn- en muilkorfgebod voor rottweiler na incidenten in openbare ruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Koggenland legde appellant op 18 december 2013 een aanlijn- en muilkorfgebod op voor haar rottweiler Rico, naar aanleiding van meldingen van incidenten waarbij de hond betrokken was op openbare plaatsen. Het college baseerde zich daarbij op advies van een hondengeleider.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen het besluit, maar zowel het college als de rechtbank verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond. De rechtbank oordeelde dat rekening moet worden gehouden met de reacties van alle personen op de openbare weg, ook degenen die bang zijn voor honden. De rechtbank vond dat het college het gebod in redelijkheid kon opleggen en dat appellant het tegendeel niet aannemelijk had gemaakt.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat het advies van de hondengeleider onvoldoende onafhankelijk was en dat een gedragskundig onderzoek ontbrak. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze bezwaren, stelde dat het college beoordelingsvrijheid heeft en dat het niet vereist is dat letsel is toegebracht om het gebod op te leggen. Ook het belang van appellant om met de hond te fokken en de vermeende gedragsstoornissen door het muilkorfgebod werden niet als relevant erkend.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het aanlijn- en muilkorfgebod voor de rottweiler wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.