ECLI:NL:RVS:2017:1167
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling passend medicatiebeleid bij uitstel van vertrek vreemdeling met psychische klachten
De zaak betreft een vreemdeling uit Armenië met psychische klachten en het geschil over het al dan niet verder verlenen van uitstel van vertrek door de staatssecretaris, mede gelet op het gebruik van het antidepressivum Mirtazapine dat niet beschikbaar is in Armenië.
De rechtbank had het besluit van de staatssecretaris vernietigd wegens onvoldoende reactie op het suïciderisico bij medicatiewijziging. De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de BMA-nota van 22 januari 2016 adequaat had gereageerd op de medische risico's, gebruikmakend van het Farmacotherapeutisch Kompas en jurisprudentie van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de staatssecretaris zijn vergewisplicht zorgvuldig heeft vervuld en dat de BMA-nota inzichtelijk en concludent is. De grief van de staatssecretaris slaagt, waardoor de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond wordt verklaard.
De Afdeling benadrukt dat het voorspellen van suïciderisico individueel lastig is en dat alternatieve medicatie beschikbaar is, waarbij het aan de behandelend arts is om de risico's te wegen. Ook is geoordeeld dat het reisvereiste van schriftelijke medische overdracht passend is, gezien de medische situatie en het ontbreken van aanwijzingen voor noodzaak van fysieke overdracht.
De staatssecretaris heeft daarmee het besluit tot het niet verder verlenen van uitstel van vertrek terecht gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.