ECLI:NL:RVS:2017:1269
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onvoldoende medewerking aan vertrek en afwijzing verblijfsvergunning minderjarige vreemdelingen
De staatssecretaris wees de aanvragen van twee minderjarige broers uit Somalië om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af, omdat zij onvoldoende meewerkten aan hun vertrek uit Nederland. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de Raad van State vernietigt deze uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de rol van de voogdijinstelling Nidos als wettelijk vertegenwoordiger gelijkgesteld moet worden aan die van ouders bij de verplichting tot meewerken aan vertrek. Nidos had onvoldoende actief bijgedragen aan het vertrek, wat de staatssecretaris terecht als contra-indicatie kon aanvoeren.
Verder oordeelde de Raad dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro zorgvuldig was gemaakt. De vreemdelingen verbleven bijna zeven jaar in Nederland, maar hun vader heeft verblijfsrecht in Italië waar zij zich kunnen voegen. De stelling dat zij in Italië geen aanvaardbaar leven zouden hebben, werd onvoldoende onderbouwd. Het beroep faalt daarom.
De Raad verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen tegen de afwijzing van hun verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende medewerking aan vertrek.