ECLI:NL:RVS:2017:1870
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A. Hagen
- J. Kramer
- G.T.J.M. Jurgens
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen projectplan dijkversterking Grubbenvorst
Het dagelijks bestuur van het Waterschap Peel en Maasvallei heeft op grond van de Waterwet het projectplan voor de versterking van de primaire waterkering bij Grubbenvorst vastgesteld en goedgekeurd. Diverse eigenaren van gronden en woningen in Grubbenvorst hebben hiertegen beroep ingesteld vanwege bezwaren over de situering van de damwand, de gevolgen voor gebruiksmogelijkheden van hun percelen, uitzicht, geluid- en lichthinder, en de alternatievenbeoordeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de bezwaren van de appellanten inhoudelijk onderzocht. Ten aanzien van appellant sub 1 oordeelde de Afdeling dat de situering van de damwand en de landschappelijke inpassing deugdelijk zijn vastgelegd en dat de noodzakelijke obstakelvrije zones en technische overwegingen de gekozen locatie rechtvaardigen. Ook is vastgesteld dat de damwand geen ernstige gevolgen heeft voor de waterhuishouding van het perceel.
Voor appellant sub 2 is geoordeeld dat de verhoging van de dijk en de weg niet leidt tot onaanvaardbare hinder, waarbij het dagelijks bestuur aannemelijk heeft gemaakt dat geluid- en lichthinder beperkt blijven en passende maatregelen zijn getroffen. De bezwaren van appellant sub 3 en sub 4 over de alternatievenbeoordeling en de gevolgen voor natuur en geluid zijn eveneens verworpen. Het projectplan voldoet aan de Omgevingsverordening en het belang van waterveiligheid weegt zwaarder dan de beperkte nadelige effecten.
De Afdeling concludeert dat het dagelijks bestuur in redelijkheid heeft gehandeld en verklaart de beroepen ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen het projectplan dijkversterking Grubbenvorst worden ongegrond verklaard en het plan wordt bevestigd.