ECLI:NL:RVS:2017:208
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende middelen
Bij besluit van 7 mei 2015 wees de staatssecretaris de aanvraag af voor een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) vanwege onvoldoende zelfstandige middelen van bestaan van de referente. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze afwijzing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling voerde aan dat de staatssecretaris zonder individuele beoordeling de niet-betaalde premies en belastingen door de werkgever van de referente niet aan hem mocht tegenwerpen, verwijzend naar het arrest Chakroun van het Hof van Justitie en relevante EU-richtlijnen. De Afdeling oordeelde dat een individuele beoordeling inderdaad vereist is, maar dat de vreemdeling onvoldoende bewijs had geleverd dat de werkgever inmiddels aan zijn verplichtingen had voldaan.
De staatssecretaris had ambtelijk verkregen informatie van de belastingdienst waaruit bleek dat de werkgever over zeven van de elf maanden nog geen premies had afgedragen. De vreemdeling had aangekondigd bewijs te zullen aanleveren, maar dit niet gedaan. De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris de situatie adequaat had beoordeeld en niet gehouden was tot nader onderzoek. De grief faalde en het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd met verbetering van de gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging voor voorlopig verblijf wordt bevestigd.