ECLI:NL:RVS:2016:271
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onvoldoende middelen voor verblijfsvergunning ondanks beroep op individuele omstandigheden
De staatssecretaris wees de aanvraag van een Amerikaanse vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af omdat de referent niet voldeed aan het middelenvereiste zoals bepaald in de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet gehouden was tot nader onderzoek naar individuele omstandigheden omdat de vreemdeling geen concrete individuele omstandigheden had aangevoerd die het middelenvereiste konden ontzenuwen. Ook was het afzien van het horen in bezwaar gerechtvaardigd.
De Raad van State verwierp het beroep van de vreemdeling dat de eerdere burn-out van de referent een bijzondere omstandigheid vormde die tot afwijking van het beleid zou moeten leiden. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen wegens onvoldoende middelen van bestaan.