ECLI:NL:RVS:2017:2102
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens ten onrechte aangenomen misbruik bevoegdheid bij Wob-verzoek
Bij brief van 12 april 2013 verzocht appellant het college van burgemeester en wethouders van Beesel om openbaarmaking van documenten over wachtgelduitkeringen aan oud-bestuurders en raadsleden. Na gedeeltelijke openbaarmaking vroeg appellant op 1 augustus 2014 om aanvullende correspondentie openbaar te maken. Het college verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 26 augustus 2014 niet-ontvankelijk wegens vermeend misbruik van bevoegdheid. De rechtbank Limburg bevestigde dit en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Appellant stelde dat hij geen misbruik had gemaakt, maar onderzoek deed naar wachtgelduitkeringen en dat de ingebrekestelling een menselijke fout was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte misbruik van bevoegdheid aannam, omdat zwaarwichtige gronden daarvoor ontbraken. Ook het college had ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college terecht persoonsgegevens van appellant openbaar maakte, omdat appellant niet expliciet bezwaar maakte tegen openbaarmaking. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van 3 december 2014 en wees het bezwaar ongegrond. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog gegrond verklaard.