ECLI:NL:RVS:2017:2316
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.F.M. Wortmann
- H.G. Sevenster
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor bouw windturbines in Amsterdamse havengebied bevestigd
Gedeputeerde staten van Noord-Holland weigerden op 15 november 2016 een omgevingsvergunning aan het Havenbedrijf Amsterdam voor de bouw van zeven windturbines in het havengebied van Amsterdam, omdat niet werd voldaan aan provinciale regels waaronder de saneringseis en de lijnopstelling.
Het Havenbedrijf, de gemeente Amsterdam en het college stelden beroep in tegen dit besluit. De Raad van State oordeelde dat de gemeente en het college belanghebbende zijn, maar verklaarde het beroep van een inwoner niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van een zienswijze.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste de provinciale regeling aan hogere regelgeving en algemene rechtsbeginselen en concludeerde dat de regeling niet in strijd is met gemeentelijke autonomie, Europese richtlijnen, de Wet ruimtelijke ordening, de Elektriciteitswet 1998, en milieuregelgeving.
De eis tot sanering van bestaande windturbines en de eis van een leesbare lijnopstelling van minimaal zes turbines zijn gegrond en rechtmatig toegepast. De beroepen van het Havenbedrijf, de gemeente en het college werden ongegrond verklaard.
De Afdeling oordeelde tevens dat gedeputeerde staten terecht de vergunning hebben geweigerd wegens het ontbreken van een overeenkomst die tijdige sanering garandeert en omdat de lijnopstelling niet voldoet aan de gestelde ruimtelijke kwaliteitseisen.
Uitkomst: Het beroep van de inwoner wordt niet-ontvankelijk verklaard; de beroepen van het Havenbedrijf, de gemeente en het college worden ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.