ECLI:NL:RVS:2017:2333
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.F.M. Wortmann
- H.G. Sevenster
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor windturbines in Amsterdamse havengebied conform Provinciale Ruimtelijke Verordening
Het Havenbedrijf Amsterdam heeft een aanvraag ingediend voor de bouw van twee windturbines in het havengebied van Amsterdam. Gedeputeerde staten van Noord-Holland weigerden de omgevingsvergunning omdat niet voldaan werd aan de voorwaarden van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), waaronder de saneringseis van ten minste twee verwijderde windturbines en de eis van een lijnopstelling van minimaal zes turbines.
Het Havenbedrijf, de gemeente Amsterdam en het college stelden beroep in tegen deze weigering en voerden onder meer aan dat de provinciale regeling in strijd was met hogere regelgeving, gemeentelijke autonomie, de Elektriciteitswet, Europese richtlijnen en het gelijkheidsbeginsel. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft deze bezwaren uitgebreid getoetst.
De Afdeling oordeelde dat de gemeente en het college belanghebbenden zijn bij het besluit. De provinciale regeling is niet in strijd met hogere regelgeving of algemene rechtsbeginselen. De saneringseis en de voorwaarden in de Uitvoeringsregeling zijn gegrond en rechtmatig gesteld. Ook is de lijnopstellingseis passend en is er geen strijd met Europese vrijheden of milieuregelgeving.
De Afdeling concludeert dat gedeputeerde staten terecht de vergunning hebben geweigerd en verklaart de beroepen ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de weigering van de omgevingsvergunning voor twee windturbines in het Amsterdamse havengebied worden ongegrond verklaard.