ECLI:NL:RVS:2017:245
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik ondanks stoornis van Asperger
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig wegens alcoholmisbruik, gebaseerd op een specialistisch onderzoek dat een psychiatrische diagnose stelde. Appellant betwistte de diagnose en de zorgvuldigheid van het onderzoek, onder meer omdat het onderzoek aanvankelijk gericht was op de stoornis van Asperger en niet specifiek op alcoholmisbruik.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het CBR zich op het specialistisch rapport mocht baseren, ook al was het onderzoek niet uitsluitend op alcoholmisbruik gericht. De richtlijn diagnostiek van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie geldt niet als beleidsregel en het betoog dat de psychiater het psychiatrische deel van het onderzoek had moeten verrichten, faalde omdat de psychiater wel degelijk bij het onderzoek betrokken was.
Verder stelde de Afdeling vast dat de diagnose alcoholmisbruik niet alleen op de CDT-waarde was gebaseerd, maar ook op het door appellant opgegeven alcoholgebruik. Appellant maakte niet aannemelijk dat het verslag gebrekkig of onvoldoende concludent was. Gelet op de regelgeving is alcoholmisbruik een reden voor ongeschiktheid om te rijden, zonder dat het CBR de invloed op verkeersveiligheid apart hoeft te motiveren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de ongeldigverklaring van het rijbewijs bevestigd.