ECLI:NL:RVS:2017:2636
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene wegens onvoldoende motivering inkomensbeoordeling
De vreemdeling, houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, diende een aanvraag in voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat de vreemdeling niet voldeed aan het vereiste van voldoende en duurzame middelen van bestaan, mede vanwege het ontvangen van een werkloosheidsuitkering langer dan 26 weken.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. In hoger beroep betoogde de vreemdeling dat de rechtbank en staatssecretaris de inkomenssituatie onjuist hadden beoordeeld, onder verwijzing naar de Langdurig ingezetenerichtlijn en jurisprudentie van het Hof van Justitie, waarbij ook rekening dient te worden gehouden met individuele omstandigheden en dat een werkloosheidsuitkering niet gelijkgesteld mag worden met sociale bijstand.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de werkloosheidsuitkering langer dan 26 weken niet als inkomen uit arbeid mocht worden beschouwd. Tevens ontbrak een concrete beoordeling van de situatie van de vreemdeling, die sinds april 2016 een arbeidsovereenkomst had en waarvan de echtgenote zelfstandige inkomsten had. De Afdeling vernietigde het besluit en verklaarde het hoger beroep gegrond, waarbij tevens proceskosten werden toegewezen aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de EU-verblijfsvergunning wordt vernietigd.