ECLI:NL:RVS:2017:2727
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen dwangsombeschikking milieumelding Chemours
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland legde Chemours lasten onder dwangsom op vanwege het niet tijdig melden van ongewone voorvallen met Formaldehyde in de nabijgelegen Delrinfabriek, geëxploiteerd door DuPont. Chemours, eigenaar van het terrein en exploitant van een andere fabriek op dezelfde locatie, werd ook als overtreder aangemerkt vanwege vermeende zeggenschap over DuPonts activiteiten.
Chemours verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van deze besluiten in afwachting van de bodemprocedure. De voorzieningenrechter oordeelde dat Chemours een spoedeisend belang had vanwege de dreiging van dwangsommen en dat de vraag of Chemours terecht als overtreder was aangemerkt, beter in de bodemprocedure kon worden beantwoord.
Na belangenafweging vond de voorzieningenrechter dat het belang van Chemours om niet aan de lasten te hoeven voldoen tijdens het beroep zwaarder woog dan de milieubelangen die het college aanvoerde. Daarom werden de besluiten geschorst en werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de dwangsombeschikkingen aan Chemours en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.