ECLI:NL:RVS:2017:2881
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkering schadefonds geweldsmisdrijven wegens onvoldoende objectief bewijs mensenhandel en seksuele uitbuiting
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven wegens psychisch letsel door mensenhandel en seksuele uitbuiting in Nederland in februari 2008. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) heeft de aanvraag afgewezen vanwege het ontbreken van voldoende objectieve aanwijzingen ter ondersteuning van het geweldsmisdrijf. De politie heeft het onderzoek gestaakt wegens gebrek aan opsporingsindicaties en de medische stukken van psycholoog en psychiater baseren zich voornamelijk op de verklaring van appellante zelf.
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de CSG beoordelingsruimte heeft en terecht een terughoudende toets toepast op de aannemelijkheid van het geweldsmisdrijf. Medische informatie kan slechts beperkt bijdragen aan de bewijsvoering omdat deze niet de toedracht kan vaststellen.
Appellante voerde aan dat haar medische stukken en aangifte voldoende objectieve aanwijzingen bevatten en dat de CSG haar vergewisplicht niet heeft nageleefd door geen contra-expertise te laten uitvoeren. De Afdeling stelt dat de bewijslast bij appellante ligt en dat de CSG niet verplicht is een nader medisch onderzoek te initiëren zolang het geweldsmisdrijf niet aannemelijk is gemaakt.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat in vergelijkbare zaken de omstandigheden anders zijn, met name het ontbreken van eerdere traumatische ervaringen. De Afdeling concludeert dat de CSG terecht heeft geoordeeld dat onvoldoende objectief bewijs is geleverd en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de uitkering uit het schadefonds wordt bevestigd.