ECLI:NL:RVS:2017:3
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor carport in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Epe weigerde op 17 november 2014 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een carport op het perceel van appellant in Epe. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de carport binnen het achtererfgebied lag, waardoor geen vergunning vereist zou zijn. De Raad van State oordeelde dat de voorgevel van het hoofdgebouw moet worden bepaald aan de hand van de ligging van de voorgevelrooilijn in het bestemmingsplan, en dat de carport niet binnen het achtererfgebied valt. Het eerdere standpunt van het college dat het anders was, kon appellant geen gerechtvaardigde verwachting geven.
Appellant voerde verder aan dat het college het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel had geschonden door geen vergunning te verlenen, terwijl vergelijkbare gevallen wel vergunning kregen. De Raad van State verwierp deze betogen omdat de vergelijkbare gevallen niet relevant of niet vergelijkbaar waren en het college geen verplichting had om eerder gemaakte fouten te herhalen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.