ECLI:NL:RVS:2017:3021
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit Belastingdienst over herziening kinderopvangtoeslag 2009 en 2010 wegens procedurele fouten
De Belastingdienst/Toeslagen wees het verzoek van appellante om herziening van de kinderopvangtoeslag over 2009 en 2010 af omdat het verzoek te laat was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de termijn van vijf jaar voor herziening was overschreden.
Appellante stelde dat de herzieningstermijn van zeven jaar van toepassing was en dat de termijn pas begon te lopen vanaf de datum van vaststelling van de toeslag. De Afdeling oordeelde echter dat de wettelijke termijn van vijf jaar geldt en begint te lopen na het kalenderjaar waarop de toeslag betrekking heeft.
Daarnaast stelde appellante dat de Belastingdienst/Toeslagen niet had voldaan aan de verplichting om stukken toe te zenden en haar te horen in bezwaar, waardoor het besluit onzorgvuldig tot stand was gekomen. De Afdeling stelde vast dat de Belastingdienst/Toeslagen de stukken niet had toegezonden en geen termijn had gegeven om nadere gronden in te dienen, wat in strijd is met de Awb.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 27 augustus 2016 en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens werd de Belastingdienst/Toeslagen veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige besluitvorming en het naleven van hoor- en inzagerechten in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen wordt vernietigd wegens schending van procedurele voorschriften, maar de inhoudelijke termijnoverschrijding blijft in stand.