ECLI:NL:RVS:2016:2891
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag 2008 en 2009
Appellante heeft verzocht om herziening van haar recht op kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009, nadat de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten over deze jaren had herzien en vastgesteld op nihil wegens het ontbreken van een overeenkomst en bewijs van betaling.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek over 2008 terecht werd afgewezen wegens overschrijding van de vijfjaarstermijn, terwijl het verzoek over 2009 binnen die termijn was ingediend maar inhoudelijk werd afgewezen vanwege het ontbreken van een overeenkomst als bedoeld in artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang.
In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat de Afdeling niet onafhankelijk is, dat de Belastingdienst onder curatele staat, en dat de beslistermijnen van de Awir fataal zijn. Deze verweren werden verworpen. De Afdeling bevestigde dat de Belastingdienst bevoegd was tot herziening binnen vijf jaar en dat de beslistermijnen geen absolute termijn van orde zijn.
De Afdeling concludeert dat appellante geen nieuwe relevante gronden heeft aangevoerd en dat de eerdere besluiten terecht zijn genomen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.