ECLI:NL:RVS:2017:425
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009 wegens niet voldoen aan wettelijke vereisten
De appellant had voorschotten kinderopvangtoeslag aangevraagd voor 2008 en 2009, maar de Belastingdienst stelde deze toeslagen definitief op nihil vast. Dit omdat de door appellant overgelegde overeenkomst met het gastouderbureau niet voldeed aan de vereisten van artikel 11 van Pro de Regeling Wet kinderopvang, en er onvoldoende bewijs was dat alle kosten waren betaald.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en wees zijn verzoeken om herziening af. Appellant voerde onder meer aan dat de Afdeling niet onafhankelijk zou zijn, dat de Belastingdienst niet bevoegd was tot herziening na bepaalde termijnen, en dat hij mocht vertrouwen op de juistheid van de overeenkomst. Deze bezwaren werden door de Afdeling verworpen.
De Afdeling overwoog dat de Belastingdienst bevoegd was tot herziening binnen vijf jaar na het toeslagjaar, dat het vertrouwen op voorschotten niet gerechtvaardigd was, en dat de overeenkomst niet voldeed omdat essentiële gegevens ontbraken. Ook was het afzien van horen in bezwaar gerechtvaardigd omdat geen twijfel bestond over het recht op toeslag.
De Afdeling bevestigde de aangevallen uitspraken en wees de hoger beroepen af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009 is terecht definitief vastgesteld op nihil en de hoger beroepen zijn ongegrond verklaard.