ECLI:NL:RVS:2017:3091
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- G. Snijders
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening zorg- en huurtoeslag wegens onvoldoende motivering over immateriële schadevergoeding
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het beroep tegen de herziening van de zorg- en huurtoeslag over 2014 ongegrond verklaarde. De Belastingdienst/Toeslagen had de toeslagen herzien naar nihil en betaalde voorschotten teruggevorderd, omdat appellant een schadevergoeding van €320.000 ontving wegens letsel door een gasexplosie. De dienst nam een grondslag sparen en beleggen en een voordeel uit sparen en beleggen in aanmerking, waardoor het recht op toeslagen werd ontzegd.
Appellant stelde dat de immateriële schadevergoeding buiten beschouwing had moeten blijven op grond van artikel 9 van Pro de Uitvoeringsregeling, maar de dienst had dit afgewezen omdat de vaststellingsovereenkomst geen splitsing in materiële en immateriële schade bevatte. De rechtbank volgde de dienst hierin. De Afdeling oordeelt dat de dienst had moeten vaststellen welk deel van de vergoeding immateriële schade betreft en bij twijfel in het voordeel van appellant had moeten beslissen. Het besluit van 4 juli 2016 is daarom onvoldoende gemotiveerd en wordt vernietigd.
De Afdeling laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand, omdat op basis van een redelijke inschatting niet aannemelijk is dat het bedrag aan immateriële schade zo hoog is dat appellant recht op toeslagen heeft. Tevens wordt appellant het betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de immateriële schadevergoeding, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.