ECLI:NL:RVS:2017:3105
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Hoekstra
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering persoonlijke betalingsregeling wegens grove schuld bij terugvordering toeslagen
Appellante had een verzoek ingediend voor een persoonlijke betalingsregeling voor de terugbetaling van €21.337 aan teveel ontvangen kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget over 2011-2014. De Belastingdienst weigerde dit op basis van het vermoeden van opzet of grove schuld en stelde een standaardregeling vast.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat er sprake was van grove schuld wegens het stelselmatig te laag opgeven van inkomens, het niet tijdig aanleveren van bewijsstukken en het doorgeven van wijzigingen terwijl de kinderopvang al was beëindigd. Appellante voerde aan dat wisselende omstandigheden en ziekte het moeilijk maakten haar inkomen te schatten en dat zij niet op de hoogte was van het stopzetten van toeslagen.
De Raad van State oordeelt dat de Belastingdienst terecht grove schuld aannam, gelet op de substantiële verschillen in opgegeven inkomens, het niet tijdig aanleveren van bewijsstukken en het ontvangen van toeslagen terwijl geen recht bestond. Het beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van een persoonlijke betalingsregeling bevestigd wegens grove schuld.