ECLI:NL:RVS:2019:257
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing persoonlijke betalingsregeling kinderopvangtoeslag wegens grove schuld
Appellante ontving in 2015 voorschotten kinderopvangtoeslag voor vijf kinderen. De Belastingdienst/Toeslagen stopzette de toeslag en vorderde de voorschotten terug omdat appellante niet tijdig de gevraagde aanvullende informatie verstrekte. Hierdoor ontstond een terugvordering van €36.526,00.
Appellante verzocht om een persoonlijke betalingsregeling op basis van haar betalingscapaciteit, maar dit werd afgewezen wegens grove schuld. Zij voerde aan de informatieverzoeken niet te hebben ontvangen door een verhuizing en onjuiste adresgegevens, en dat het kinderdagverblijf failliet was gegaan waardoor zij geen documenten kon overleggen.
De Afdeling oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt de verzoeken niet te hebben ontvangen, mede omdat zij op andere brieven wel reageerde. Het niet verstrekken van gegevens vormt volgens vaste jurisprudentie voldoende grond voor grove schuld. De rechtbank had dit oordeel terecht bevestigd.
Verder is een persoonlijke betalingsregeling niet mogelijk bij terugvordering wegens grove schuld. De Afdeling wees erop dat rekening kan worden gehouden met de beslagvrije voet in het invorderingstraject, maar dit is geen betalingsregeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de persoonlijke betalingsregeling wegens grove schuld.