ECLI:NL:RVS:2017:3496
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit en invordering dwangsom wegens illegale grondophoging en asfaltverharding
Het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel legde aan appellanten een last onder dwangsom op om een illegaal aangebrachte laag grond en asfaltverharding op een perceel te verwijderen. Appellanten voerden aan dat er concreet zicht was op legalisatie, mede op basis van een landschapsplan en eerdere toezeggingen van het college, en dat handhavend optreden daarom onredelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat het college bevoegd was om handhavend op te treden omdat geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen tot vergunningverlening waren gedaan en het landschapsplan onvoldoende was om legalisatie te rechtvaardigen. Ook het argument dat het college nog in overleg was met appellanten over legalisatie leidt niet tot afzien van handhaving.
Daarnaast bevestigt de Raad van State de invordering van de dwangsom van €20.000,- wegens het niet volledig voldoen aan de last. Het college had voldoende feiten vastgesteld, waaronder een controlerapport, en appellanten erkenden dat een strook asfaltverharding niet was verwijderd. Het beroep tegen de invordering faalt ook omdat geen bijzondere omstandigheden waren die invordering konden verhinderen.
De Raad van State concludeert dat het college terecht heeft gehandeld en verklaart de beroepen ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het handhavingsbesluit en de invordering van de dwangsom van €20.000,- wegens het niet verwijderen van de illegale grondophoging en asfaltverharding.