ECLI:NL:RVS:2017:3578
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- R. Uylenburg
- H. Bolt
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning wijziging veehouderij met stikstofdepositie beoordeling op Vlaamse Natura 2000-gebieden
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 14 maart 2016 een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 voor de wijziging van een veehouderij aan een locatie te Bergeijk. De vergunning stond een maximale ammoniakemissie toe die gelijk was aan de referentiesituatie op basis van een milieuvergunning uit 1995. Stichting Groen Kempenland maakte bezwaar tegen deze vergunning en stelde dat de referentiesituatie onjuist was vastgesteld en dat het Vlaamse beoordelingskader onterecht werd toegepast.
De Stichting voerde aan dat de referentiesituatie volgens artikel 19kr van de Nbw 1998 moet worden vastgesteld op basis van de situatie op 10 juni 1994, waarbij een lagere ammoniakemissie gold. Tevens betoogde zij dat het Vlaamse systeem voor de beoordeling van stikstofdepositie niet objectief en verifieerbaar is en dat Nederlandse criteria hadden moeten worden toegepast.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht het Vlaamse beoordelingssysteem hanteerde, aangezien dit systeem in overeenstemming is met de Habitatrichtlijn en gangbaar is in Vlaanderen. De referentiesituatie was niet relevant voor de beoordeling van de gevolgen op de Vlaamse Natura 2000-gebieden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak zag geen reden om de zaak aan te houden of proceskosten toe te wijzen. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 27 december 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor wijziging van de veehouderij is ongegrond verklaard.