ECLI:NL:RVS:2017:603
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag over 2009-2011
Appellante verzocht om herziening van haar recht op kinderopvangtoeslag over de jaren 2009, 2010 en 2011, nadat de Belastingdienst/Toeslagen haar eerdere voorschotten had herzien en vastgesteld op nihil wegens het ontbreken van een overeenkomst die aan de wettelijke eisen voldoet en onvoldoende bewijs van betaling van de kosten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en deze uitspraak werd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd. Appellante voerde onder meer aan dat de Afdeling niet onafhankelijk zou zijn, dat de Belastingdienst niet bevoegd was tot herziening na de gestelde termijnen, dat het dossier niet volledig was toegezonden, en dat zij wel degelijk aan de voorwaarden voldeed.
De Afdeling verwierp alle bezwaren. De onafhankelijkheid van de Afdeling werd bevestigd, de bevoegdheid van de Belastingdienst om binnen vijf jaar te herzien werd onderstreept, en het ontbreken van een vooraf opgestelde schriftelijke overeenkomst conform artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang was doorslaggevend. Ook het niet toezenden van het volledige dossier leidde niet tot een ander oordeel.
De Afdeling concludeerde dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd dat de kinderopvang op basis van een geldige overeenkomst had plaatsgevonden en dat de kosten volledig waren betaald. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.