ECLI:NL:RVS:2017:806
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2014
In deze zaak heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag over 2013 en 2014 aan appellante herzien en op nihil gesteld, omdat zij niet aannemelijk achtte dat de kosten van kinderopvang daadwerkelijk waren gemaakt en voldaan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel degelijk de kosten had voldaan en dat de Belastingdienst onzorgvuldig had gehandeld bij het stopzetten van het voorschot in 2014 zonder de vereiste zorgvuldigheid en zonder toepassing van artikel 23 Awir Pro. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd voor de kosten in 2013, maar dat de Belastingdienst in 2014 niet conform de wettelijke regels had gehandeld bij de opschorting van het voorschot.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit over 2014 en verklaarde het hoger beroep gegrond. Zij bepaalde dat de Belastingdienst een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de juiste toepassing van de opschortingsregels en dat tegen dit nieuwe besluit slechts beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening en op nihil stellen van het voorschot kinderopvangtoeslag 2014 wordt vernietigd.