ECLI:NL:RVS:2017:945
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete wegens niet-naleving vierogenprincipe in kinderopvang
In deze bestuursrechtelijke zaak stond centraal of het college terecht een bestuurlijke boete van €12.000 had opgelegd aan een kinderdagverblijf wegens het niet naleven van het vierogenprincipe, een kwaliteitseis uit de Wet kinderopvang. Na bezwaar was de boete verlaagd naar €8.000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze uitspraak.
De toezichthouder van de GGD constateerde tijdens een onaangekondigde inspectie dat het vierogenprincipe niet was geïmplementeerd, wat leidde tot het opleggen van de boete. Het college baseerde zich op het inspectierapport en een zienswijze van de houder. De Afdeling oordeelde echter dat het inspectierapport onvoldoende feitelijke onderbouwing bevatte en dat de toezichthouder niet doorvroeg naar andere mogelijke waarborgen van het vierogenprincipe dan de installatie van camera’s.
De Afdeling stelde dat het college het rapport niet zonder meer aan zijn besluitvorming mocht ten grondslag leggen en vernietigde het besluit tot boeteoplegging. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan de appellant. Hiermee werd het belang van een deugdelijke en onderbouwde inspectierapportage benadrukt bij bestuursrechtelijke handhaving van kwaliteitseisen in de kinderopvang.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wegens overtreding van het vierogenprincipe wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing in het inspectierapport.