ECLI:NL:RVS:2018:1081
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en weigering verblijfsvergunning wegens Dublin-overdracht naar Italië
De vreemdeling werd op 3 januari 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld omdat hij zich aan toezicht onttrok door illegaal uit te reizen naar het Verenigd Koninkrijk, terwijl hij op korte termijn aan Italië zou worden overgedragen op grond van het Dublin-verdrag. De rechtbank verklaarde het beroep en verzoek om schadevergoeding van de vreemdeling niet-ontvankelijk, maar de Raad van State oordeelde dat dit onterecht was en vernietigde de uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste het besluit van bewaring inhoudelijk en concludeerde dat de staatssecretaris terecht de bewaring oplegde vanwege het risico op ontduiking van toezicht en de noodzaak van overdracht binnen zes maanden. De vreemdeling voerde aan dat een lichter middel mogelijk was, maar dit werd verworpen omdat hij kort voor de overdracht had geprobeerd illegaal te vertrekken.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, maar verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.