ECLI:NL:RVS:2018:1099
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderopvangtoeslag 2014 deels toegewezen na bezwaar en hoger beroep
Appellante maakte in 2014 gebruik van kinderopvang via twee gastouderbureaus, A en B. De Belastingdienst stelde het voorschot kinderopvangtoeslag over 2014 bij besluit vast op nihil en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep betoogde appellante dat zij de kosten voor opvang via gastouderbureau A volledig had voldaan en dat de rechtbank dit onterecht niet had onderkend.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante voldoende bewijs had geleverd van de kosten en betaling voor gastouderbureau A, ondersteund door jaaropgaven, facturen en bankafschriften. Voor gastouderbureau B had appellante slechts een deel van de kosten betaald en geen bewijs geleverd van een betalingsregeling of actieve houding richting de Belastingdienst.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond en vernietigde het besluit voor zover het betrekking had op gastouderbureau A. De Belastingdienst werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep werd dus deels toegewezen, met een nieuwe beslissing over de toeslag voor gastouderbureau A.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de Belastingdienst dient een nieuw besluit te nemen waarbij de toeslag voor gastouderbureau A wordt toegekend.