ECLI:NL:RVS:2018:1140
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.J. van Eck
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens ongediplomeerde asbestverwijdering ondanks betwisting bevoegdheid en bewijs
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen een boete van €75.600 opgelegd door de minister wegens het uitvoeren van asbestverwijderingswerkzaamheden zonder het vereiste certificaat. De Raad van State beoordeelt onder meer de rechtmatigheid van het bewijs, de uitleg van het begrip 'verrichten' in artikel 4.54d van het Arbobesluit, de toerekening van de werkzaamheden aan appellant, de hoogte en evenredigheid van de boete en de naleving van de redelijke termijn.
De Raad oordeelt dat het bewijs, waaronder het onderzoeksrapport van de Omgevingsdienst Rivierenland, rechtmatig is verkregen binnen het kader van ketentoezicht en samenwerking tussen toezichthouders. Verder wordt vastgesteld dat appellant als bedrijf de werkzaamheden heeft verricht, mede omdat zij de projecten aannam, factureerde en de opbrengsten ontving. De boete is berekend op basis van het aantal werknemers en wordt als evenredig beschouwd gezien de ernst, omvang en duur van de overtredingen.
Ten slotte wordt geoordeeld dat de redelijke termijn voor de procedure niet is overschreden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €75.600 wegens ongediplomeerde asbestverwijdering en verklaart het hoger beroep ongegrond.