ECLI:NL:RVS:2018:2627
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.M. Wissels
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens onjuiste CO2-rapportage na complexe fout
De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) legde appellante een bestuurlijke boete van €247.048 op wegens een onjuiste CO2-jaarvrachtopgave over 2013, die leidde tot een onderschatting van 50.108 ton CO2. Appellante had abusievelijk de daggemiddelde uurvracht niet met 24 vermenigvuldigd, wat resulteerde in een onderschatting van 2,5% van de totale emissies.
De rechtbank Den Haag mat de boete naar €150.000 vanwege onvoldoende motivering van de NEa bij de boeteberekening. Appellante stelde dat de fout niet beduidend was en dat de fout voortkwam uit complexe processen en tijdsdruk bij rapportagewijzigingen. De NEa en rechtbank oordeelden echter dat de fout aan appellante kon worden toegerekend en dat de onderrapportage als beduidend moest worden beschouwd.
De Raad van State bevestigde dat de term 'beduidende onjuiste opgave' in artikel 8 van Pro de MRV terecht werd uitgelegd aan de hand van het begrip 'materiële onjuistheid' uit de AVV, met een materialiteitsniveau van 2%. De Afdeling oordeelde dat de NEa terecht de fout als zwaarwegend kwalificeerde, ondanks het ontbreken van opzet en het feit dat emissierechten aanwezig waren. Wel werd de boete verminderd naar €75.000 vanwege onvoldoende motivering en het feit dat appellante de fout uit eigen beweging zou hebben ontdekt.
Verder oordeelde de Afdeling dat de redelijke termijn voor uitspraak niet was overschreden en verwierp het incidenteel hoger beroep van de NEa. Tot slot werd de NEa veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De bestuurlijke boete voor onjuiste CO2-rapportage wordt verminderd van €150.000 naar €75.000.