ECLI:NL:RVS:2018:1149
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens overtreding Opiumwet ondanks detentie bewoner
De burgemeester van Noordwijk heeft op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet besloten een woning te sluiten voor drie maanden nadat bij een politieonderzoek grote hoeveelheden hard- en softdrugs werden aangetroffen. De bewoner was echter op het moment van sluiting al meer dan drie maanden gedetineerd en de woning werd niet bewoond.
De rechtbank had de sluiting bevestigd en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit oordeel bekrachtigd. De Afdeling overwoog dat de bevoegdheid tot sluiting niet alleen ziet op de bewoner, maar ook op de bekendheid van de woning als drugspand. Het doel is om de loop naar de woning te stoppen en de openbare bekendheid van de overtreding weg te nemen.
Hoewel de bewoner zich verzette met argumenten over onevenredigheid en het ontbreken van een waarschuwing, oordeelde de Afdeling dat de omstandigheden, waaronder de aangetroffen hoeveelheden drugs en de aanwijzingen voor handel, een sluiting rechtvaardigen. Het aanbrengen van een pamflet op de woning werd bevestigd. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat vergelijkbare gevallen eveneens tot sluiting leidden.
De Afdeling concludeerde dat de burgemeester in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft gemaakt en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning voor drie maanden wegens overtreding van de Opiumwet.