ECLI:NL:RBLIM:2020:4409
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens handel in grote hoeveelheden drugs
De burgemeester van Maastricht heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten een woning te sluiten voor drie maanden vanwege de aanwezigheid van grote hoeveelheden amfetamine, cocaïne, heroïne en hennep. Verzoekster maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening.
De rechtbank overwoog dat de aangetroffen hoeveelheden drugs een handelshoeveelheid vormen, waardoor de sluiting gerechtvaardigd is. Ook al zou verzoekster niet op de hoogte zijn geweest van de drugs, kan haar een verwijt worden gemaakt als bewoner van de woning. De persoonlijke omstandigheden van verzoekster en haar partner, waaronder psychische problemen en lichamelijke beperkingen, vormen geen bijzondere omstandigheden die de sluiting onevenredig maken.
De rechtbank concludeert dat de belangenafweging in redelijkheid is gemaakt en dat het verzoek om voorlopige voorziening geen redelijke kans van slagen heeft. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.