ECLI:NL:RVS:2018:1217
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens overtreding Arbobesluit met matiging voor cumulatie en recidive
De zaak betreft een hoger beroep van een gecertificeerd asbestsaneringsbedrijf tegen een boete van € 23.400,00 opgelegd door de minister wegens overtredingen van het Arbobesluit tijdens een sanering van asbestverontreiniging op een voormalige productielocatie.
De boete betrof meerdere overtredingen, waaronder valgevaar, onjuist gebruik van arbeidsmiddelen, onjuiste toepassing van de glove bag-methode en onvoldoende toezicht door de Deskundig Toezichthouder Asbestverwijdering (DTA). De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt dit oordeel deels.
De Afdeling oordeelt dat het opleggen van afzonderlijke boetes voor twee nauw samenhangende valgevaarhandelingen leidt tot een onevenredige cumulatie en matigt de boete door slechts de hoogste boete toe te passen. Het beroep op onvoldoende toezicht wordt verworpen omdat de DTA geen daadwerkelijk zicht had op de werkzaamheden. De onjuiste toepassing van de glove bag-methode wordt bevestigd als overtreding. De boete wegens recidive wordt geaccepteerd, waarbij de minister rekening houdt met verwijtbaarheid.
De Afdeling vernietigt het besluit voor de boete van € 1.800,00 wegens overtreding van artikel 7.3, tweede lid, van het Arbobesluit en herroept het primaire besluit voor dit onderdeel. Tevens veroordeelt zij de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Boete van € 1.800,00 wegens overtreding artikel 7.3, tweede lid, van het Arbobesluit wordt vernietigd en primaire besluit herroepen; overige boetes blijven gehandhaafd met matiging wegens cumulatie.