ECLI:NL:RVS:2018:3605
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.J. van Eck
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding Arbobesluit bij bedrijfsongeval met rolcontainer
Bij een bedrijfsongeval op 14 mei 2014 raakte een belader, werkzaam voor [appellante sub 2], gewond doordat hij een ophangpunt gebruikte in plaats van de handvatten van een rolcontainer, wat leidde tot amputatie van het topje van zijn rechter wijsvinger. De minister legde daarop een bestuurlijke boete op van €10.500,-, die na bezwaar en beroep door de rechtbank werd verlaagd tot €2.250,-. De rechtbank oordeelde dat [appellante sub 2] verwijtbaar handelde omdat zij niet adequaat toezicht hield en het sanctiebeleid niet volgde. De boeteverhoging wegens blijvend letsel werd door de rechtbank afgewezen.
De Raad van State oordeelde dat de overtreding van artikel 7.3, tweede lid, van het Arbobesluit vaststaat en dat verwijtbaarheid aanwezig is omdat de werkgever niet alle redelijke maatregelen had genomen om herhaling te voorkomen. Adequaat toezicht ontbrak doordat het sanctiebeleid niet werd nageleefd. De Raad stelde vast dat de inspanningen na het ongeval wel meegewogen mogen worden bij de evenredigheidstoets, maar dat deze inspanningen niet voldoende waren om de boete te matigen. De boeteverhoging wegens het letsel werd gematigd met 50% vanwege het lichte blijvende letsel en het feit dat de belader zijn werkzaamheden kon hervatten.
De Raad vernietigde het eerdere vonnis voor zover de boete op €2.250,- was vastgesteld en stelde de boete vast op €3.000,-. Het incidenteel hoger beroep van [appellante sub 2] werd ongegrond verklaard. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit van 4 januari 2017.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €3.000,- en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de boete op €2.250,- was vastgesteld.