ECLI:NL:RVS:2018:1330
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke intrekking bewonersparkeervergunning wegens vergunningenplafond niet toegestaan
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam trok de parkeervergunning van de wederpartij in vanwege een vergunningenplafond van nul in het betreffende deelvergunninggebied. De rechtbank verklaarde dit besluit onrechtmatig en vernietigde het, waarna het college in hoger beroep ging.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de Parkeerverordening 2013 een onderscheid maakt tussen de voorwaarden voor het verlenen van een vergunning en het vergunningenplafond. Intrekking van een vergunning op grond van artikel 37, eerste lid, aanhef en onder c, is alleen mogelijk indien niet langer aan de voorwaarden wordt voldaan, maar het bereiken van een vergunningenplafond valt hier niet onder.
De Afdeling verwierp het standpunt van het college dat het besluit was gebaseerd op andere artikelen en bevestigde dat intrekking wegens overschrijding van het vergunningenplafond niet is toegestaan. Het besluit op bezwaar van 13 juni 2017 werd vernietigd wegens strijd met de zorgvuldigheid en het college werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en het besluit op bezwaar wordt vernietigd.